Met één paal bouw je geen huis

bordesIda Blok

Rwanda kent veel ons onbekende gezegden, zoals bovenstaande. ‘Ikingi imwe ntigera’ wil zeggen dat samenwerking tussen mensen, respectievelijk landen, een noodzaak is. Dat is voor mij al die jaren een belangrijke reden geweest me in te zetten voor de samenwerking met Nyabikenke, later Ndiza.

Wat er in de tijd gebeurde
Toen in 1979 de werkgroep officieel werd omgezet in de Stichting Koppelgemeente Wageningen-Nyabikenke was ik al een paar jaar betrokken bij de activiteiten van de werkgroep. Vanzelfsprekend moest ‘heel Wageningen’ iets van de feestelijkheden merken. Een vertegenwoordiging uit Nyabikenke uitnodigen? Rwanda ligt wel heel ver weg. Daarom werd de Rwandese ambassadeur in Brussel uitgenodigd. Samen met burgemeester Van Ketwich Verschuur ondertekende hij de verklaring ‘te streven naar een wederzijdse verstandhouding tussen de gemeenten Nyabikenke en Wageningen’. Om de daaropvolgende feestelijke rommelmarkt en tentoonstelling in Junushoff te openen werd nu eens geen lint doorgeknipt, maar werden linten in de kleuren van de Nederlandse en de Rwandese vlag aan elkaar geknoopt.
Pas in 1988 werden burgemeester Rukabukira François en de heer Kabandana Innocent, toen voorzitter van het Comité de Jumelage uit Nyabikenke uitgenodigd om naar Wageningen te komen. In april was Wageningen de hoofdlocatie voor de boomfeestdag met als motto “Een wereld vol bomen”. De opening van de dag, in het toenmalige IAC was extra feestelijk door optreden van (wereld)kinderen van de Nudeschool. Eveneens was de door het Schoolbiologisch Centrum samen met ons opgezette tentoonstelling over het belang van bomen in het heuvelachtige Rwanda een succes. Tijdens vele activiteiten in die volle week is ons duidelijk geworden dat je voor het bouwen van een huis echt meer dan één paal nodig hebt, dat je samen moet werken om iets te bereiken.
In het zelfde jaar 1988 volgde mevrouw Monique Uwimana, de directrice van het door ons gesteunde vormingscentrum CCDFP, een voorlichtingscursus in Wageningen. Haar verblijf hier was voor ons erg inspirerend en was het begin van een jarenlange vruchtbare samenwerking.
Het lag voor de hand dat er niet veel later een tegenbezoek zou moeten komen. Helaas overleed plotseling burgemeester Van Ketwich Verschuur. Hij was door het bezoek van zijn ambtsgenoot enthousiast geworden voor de samenwerking. Gelukkig waren er in die tijd wel studenten die (een deel van) hun praktijktijd in Nyabikenke doorbrachten. Zij maakten daarna ook een tijd deel uit van de werkgroep . Zij hebben naar beide zijden laten zien dat er achter de koppeling mensen stonden die iets voor elkaar konden en wilden betekenen. Maar toch, een ‘officieel’ bezoek leek me wenselijk. Ik besloot dan maar zelf een vakantie in onze partnergemeente door te brengen.
De jaarwisseling 1990/91 was ik in Rwanda. De Nederlandse pater Tom Wijffels, met wie we heel veel contact gehad hadden om de ‘koppeling’ tot stand te brengen (hij fungeerde als tussenpersoon tussen onze zo verschillende culturen) was overgeplaatst naar een ander gebied in Rwanda. Gelukkig waren er intussen twee SNV-ers in Nyabikenke gekomen, Kees Ligtenberg en Fennie Rotmensen. Zij hebben geholpen mij een redelijk goed beeld te geven van het karakter van de Rwandezen, hun taal, gewoonten en levenswijze. Ik heb gezien hoe het vormingscentrum functioneerde, hoe men einden moest lopen om water of boodschappen te halen en hoe men z’n best deed om de kleine akkertjes op de steile hellingen te bewerken.
In 1996 was ik weer in Nyabikenke. Om met eigen ogen te zien hoe de gemeenschap na de afschuwelijke genocide (in 1994) de draad weer probeerde op te pakken. Ik ontmoette er de jongste dochter van Innocent Kabandana, de enige van de familie die de slachting van het gezin had kunnen ontvluchten. Wat leek zij op haar vader! Een vrolijker weerzien met onze partnergemeente volgde in 2001. Dit keer met een gemeentelijke delegatie onder leiding van burgemeester Jaap Sala. Nyabikenke vormde toen met de buurgemeente Nyakabanda de gemeente Ndiza. In dat voor ons nieuwe gedeelte bezochten we onder andere de bouw van een medische post, waaraan ook Wageningen een steentje bijdroeg. Mijn laatste bezoek aan het mij vertrouwd geworden Rwanda was in 2007. Een bijzonder moment voor mij was toen het weerzien met de heer Rukabukira François. De ontmoeting met de vroegere burgemeester was buitengewoon hartelijk en we konden veel herinneringen ophalen. Het is jammer dat Rwanda zo ver weg ligt en de reis erheen zo duur. Dat beperkt de persoonlijke contacten, die zo veel kunnen bijdragen aan begrip voor elkaar en het samen plannen maken.

Ook in Wageningen waren we actief
In de beginjaren lieten we in Wageningen regelmatig van ons horen. Gewoonlijk stonden we eens in de maand op de zaterdagmarkt. Aan de hand van kunstnijverheidsproducten konden we een en ander over het leven in Rwanda vertellen. Van tijd tot tijd hadden we daarbij uitgebreide informatie over een speciaal thema: woning, voeding (met proeven van een bonengerecht), landbouw, onderwijs, gezondheidszorg enzovoort. Het was ook voor onszelf goed ons daarin te verdiepen. Meestal hadden we tevoren over het thema van de komende zaterdag informatie in de plaatselijke krant. Dat gaf ons en onze bedoeling de nodige bekendheid. Na 1994 was het vrijwel niet meer mogelijk op een eenvoudige manier aan Rwandese producten te komen. Zo ging onze marktkraam, en daarmee deze kans om voorlichting te geven, ter ziele.

Wat heeft het mij gebracht?
Na ruim 35 jaar bezig geweest te zijn om de samenwerking tussen onze stad en een gemeente in een ontwikkelingsland inhoud te geven, vind ik dat het genoeg geweest is. Wat heeft het mij gebracht?
– Dat je met één paal geen huis bouwt is me volkomen duidelijk. Om een werkelijke relatie te krijgen moet je van samenwerking uitgaan.
– We wilden zowel informatie-uitwisseling (‘wat speelt er bij jullie?’) als een financiële bijdrage leveren waar dat mogelijk was.
– Maar wij wilden niet beslissen wat zij nodig zouden hebben. De suggesties moesten van het Comité de Jumelage komen. En dat liep nogal eens stroef.
– Als we het over een project eens waren, wilden we van hen graag een (vrij) gedetailleerd plan hebben. Bedilzucht van ons? Naar mijn mening heeft dat met verantwoordelijkheid te maken. Wij hebben het geld ook niet voor het oprapen.
– Natuurlijk weet ik dat Rwanda geen ‘schrijfcultuur’ heeft. Maar sommige antwoorden lieten (en laten) wel eens er lang op zich wachten. Is het gek dat mij dat wel eens frustreert?
– Gelukkig heb ik kunnen zien dat er in Rwanda, in Ndiza, vooruitgang is, deels door een steuntje in de rug vanuit Wageningen, deels door inbreng van de inwoners van Ndiza zelf.
– Ik heb Rwanda leren kennen als een mooi land. Met een cultuur waar je niet zo heel makkelijk in doordringt, met een bevolking die zo nu en dan wat hulp wel gebruiken kan, maar die het waard is er kennis mee te maken en samen te werken.

Ida Blok

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s